logboek

Chillin’ Tobago

Chillin’ Tobago

De 500 mijl van Suriname naar Tobago vliegen voorbij. Binnen drie dagen zien we de groene contouren van Tobago aan de horizon verschijnen. We laten ons anker vallen in de Men of War Bay, bij het dorpje Charlotteville. We steken 70 meter anker in 17 meter, het is een diepe, maar goed beschutte baai.

Het is het begin van de vrijdagmiddag. We lezen dat we voor 16:00 moeten inklaren, anders moet je overuren betalen, en wordt inklaren extra duur. Dat willen we niet. Voor de zekerheid toch eerst nog even zwemmen om het anker te checken, dan snel de dinghy in het water, nette kleren aan (dat hoort zo bij het officiële inklaren), en op naar de immigratie.

Terwijl we de dinghy op slot doen aan de steiger, zegt een lokale visser dat dat echt niet nodig is. Alle vissers letten er op zegt ie, zij zijn de ogen en oren van douane, immigratie en politie tegelijkertijd. Voor de zekerheid klikken we toch het slot maar dicht, en lopen naar het immigratie gebouw. Mooi op tijd.

Tja, in dit jaren tachtig verzamel gebouw zit zowel de dorpsdokter, ambtenaren, wat vergaderzaaltjes, en jawel, via de achterkant: het immigratiekantoor. Maar daar is niemand. In het kantoortje ernaast horen we wat, en daar wordt ons uitgelegd dat de immigratie er wel is, maar nu even niet, en dat we morgen terug moeten komen, no problem. En we worden van harte welkom geheten.
Op weg terug ervaren we de heerlijk relaxte sfeer van Charlotteville. Hier kunnen we het wel even uithouden.

Terug op de boot nemen we een ankerbiertje, en zowaar ontdekken we wifi in de baai. Niet heel sterk en ook niet continu, maar wat een luxe aanbod van de gemeente Charlotteville.

De weken vliegen voorbij. We snorkelen, zwemmen, slapen, dobberen, wandelen in de prachtige natuur, gaan met de dinghy naar Pirates bay,en eten heerlijk bij de locals in de restaurantjes aan het strand. Zo relaxed hebben we het nog niet meegemaakt. Chillin’ noemen ze het hier.
Als we eind van de dag voor een biertje naar het dorp gaan, zwaaien de vissers naar ons (vanaf hun voor anker liggende bootjes), om mee terug te mogen varen naar de wal. We kennen ze inmiddels, en zij ons. En Willem dus weer terug, en weer terug, en weer terug. Een soort watertaxi. Maar ze houden alles in de gaten, en dat is een lekker gevoel hier in de Carieb.

We borrelen met de andere boten, zelfs weer een bekende uit Suriname, de Wildeman. Met Coen en Jose delen we onze ervaringen, en onze toekomstverwachtingen. Richting de Antillen, of in de West Indies blijven? En hoe zit dat met de verzekering in het orkaanseizoen?! Anderen vertrekken weer richting het Noorden, op weg naar Nederland.

In de baai zien we af en toe ook schildpadden. Overdag zwemmen ze voor het strand heen en weer, wachtend tot het donker is. En steken ze hun kop even boven water, alsof ze duikboten zijn. We horen dat er maar 1 op de 1000 schildpadden weer terugkeert naar hun geboorteplek, daar waar ze uit hun ei gekropen zijn. Om op hun beurt weer eieren te leggen. De rest overleeft hun reis niet.

Wij moeten weer vertrekken, maar houden een heerlijke herinnering aan chillin’ Tobago. En wie weet, komen wij ook ooit weer terug naar Charlotteville. Als 1 van de 1000 schildpadden het kan, moeten wij het ook kunnen.