logboek

Foie gras voor de haaien

Foie gras voor de haaien

Steile kliffen, groene bergen, diepblauwe baaien. De eilanden van de Marquezen overweldigen ons. Zo mooi hebben we het eigenlijk nog nooit gezien. Mekkerende berggeiten, overal kippen en hanen op straat. Haaien, rode poon en pijlstaart roggen zwemmen vrij rond de boot.

In Hiva Oa klaren we in bij de Gendarmerie. Het lijkt het Franse platteland wel. Bonjour! Twee gendarmes helpen ons, een jonge Fransman rechtstreeks uit Parijs (het is zijn eerste keer), en een stoere Polynesiër vol tatoo’s en kettingen (die heeft het zeker al vaker gedaan). Beide in uniform, een bijzondere combi.
Op de weg terug naar de boot kopen we een baguette, camembert en foie gras. En een Franse bourgogne. Eerst schrikken we van de zware stem van die mooie winkeldame, maar ze blijkt ‘mahu’, een man die leeft als vrouw. Geen uitzondering hier in Frans Polynesië, en breed geaccepteerd in de cultuur waar de vrouwen van oudsher een belangrijke rol spelen.

Zo komen we redelijk bij van de lange oversteek. En zo mooi hadden we het hier niet verwacht. Een dagje varen verderop ligt Fatu Hiva. De baai nog smaller, de bergen nog hoger. We ankeren in 15 meter modder, het kan niet anders. In de nacht dendert de wind van de bergen, en loeit rond de boot. Maar overdag in het dorp ruilen we een oud stuk lijn voor pompelmoes, en een t-shirt voor een tros bananen. Geld heeft hier geen waarde, er is zo weinig te koop.
Voor internet zitten we geruime tijd aan tafel bij de enige familie die een aansluiting heeft. Alsof het internet met rooksignalen werkt (zo langzaam), dus foto’s volgen later. Internetten is een beetje vreemd met zo’n hele familie om je heen, maar voor de familie blijkbaar de normaalste zaak van de wereld. De Polynesiërs zijn een beetje anders.
Zo ook het tijdsverschil. Waar wereldwijd zones van 1 uur gelden, is in de Marquezen het verschil met Nederland 11,5 uur. En dat is even rekenen, dat half uurtje extra.

Op het bijna onbewoonde eiland Tahuata komen we pas echt bij. Een ruime baai met zand, zon, palmen en knalblauw water. Hier blijven we even liggen, maken het onderwaterschip schoon, poetsen het RVS.
Na een weekje niets, varen we door naar Nuku Hiva. Wat meer mensen, wat meer jachten. De markt begint zaterdagochtend om 04:30. Dus vroeg uit de veren. Geïmporteerde uien, knoflook en aardappels, lokale kapsoi, pompelmoes en limoenen. En rode peper. Visje erbij, de koning te rijk. En op de pier hangt de plaatselijke gourmet: door de zon en de wind gedroogde fliertjes tonijn. Heerlijk met een beetje limoen. We leven als God in de Marquezen.

Dit paradijs kent eigenlijk maar 1 nadeel. Het is schreeuwend duur. Niet een beetje duur, maar echt vreselijk duur. Gelukkig is voor anker liggen, zwemmen, snorkelen, relaxen, en genieten van deze bijzondere cultuur, helemaal ‘gratuit’.