logboek

Paradijs

Paradijs

Het is druk in Papaete, Tahiti, we liggen midden in de stad. Getoeter, auto’s af en aan. Tatutatu – de Gendarmerie wil er ook langs. Internet op de boot, espresso op een terras. Croissantje er bij. Lokale groente markt, maar ook de grote Franse supermarkten. Druk, en alles gaat snel. Een beetje ”te” allemaal, waren we toch niet meer gewend.

Gelukkig liggen de Polynesische ”Iles sous le vent” (de benedenwindse eilanden) niet ver weg. Na Tahiti en Moorea, zetten we koers richting Huahine, Raiatea, Tahaa en BoraBora. En komen we terecht in een compleet andere wereld, een paradijs – het paradijs. We ruiken bloemen en proeven vanille. De golven flaneren over de riffen. We dachten ooit eerder dat het niet mooier kon. Maar hier realiseren we ons: het kan wel mooier. En indrukwekkender.

”Hoge groene bergen, watervallen, blauwe baaien. Rijke natuurlijke bronnen, groente en fruit in overvloed. Hoge bergen die beschutting bieden tegen de wind, en over de weiden zwerven koeien en paarden, die drinken uit de meren en rivieren. Cirkels rond de eilanden beschermen de kust tegen de hoge zeeën. En de mensen leven in volmaakte harmonie.”

Het bovenstaande is een bijna letterlijke quote uit het werk van Plato. Plato vertelde lang geleden over een groep eilanden, “groter dan Noord-Afrika en Klein-Azië bij elkaar”, waarvan de bevolking in overvloed en weelde leefde, zo’n 11.000 jaren geleden. Plato beschrijft de macht en ondergang van dit rijk, in de dialoog ”Timaeus”. Daarin wordt verteld hoe dit gebied omstreeks 9.500 voor Christus zou zijn weggewist door het water, een soort zondvloed.

Het lijkt wel alsof we midden in dit paradijs liggen, en in de ondergang daarvan. Vruchtbare eilanden, die worden omringd door ondiepe riffen, en de eilanden zakken ieder jaar verder de zee in. Tegenwoordig nog sneller door de zeespiegelstijging. Bij de Toumotu atollen zijn alleen de riffen nog over, de eilanden zelf zijn al in het water gezakt. Ooit 4.000 meter hoog, nu 100 meter onder de zeespiegel. Is dit het verdwenen rijk van Atlantis misschien, waar Plato het over had?
Dan hebben wij het nu gevonden.

Of is dit het paradijs van Adam en Eva, het hof van Eden? Van waar ze ”de aarde zouden bevolken, zouden heersen over de vissen van de zee, over de vogels van de hemel, en heersen over alle dieren die op aarde rondkruipen”. Hadden ze die appel nou maar laten hangen…

Misschien dronken wij te veel espresso, of is de lokale rum ons naar het hoofd gestegen, maar het is echt paradijselijk hier in de stille oceaan. En het gaat langzaam ten onder, door het water, door de mensen.
Of het nou Atlantis is, of het Hof van Eden, in ieder geval is het ”mana” – zoals de Polynesiërs hier zeggen. Mana, de kracht van al het leven om ons heen, de natuur, de prachtige vissen, vogels, het eten, het fruit, de mensen. Je voelt het, je proeft het, mana tintelt door je lijf. Het leeft. Hier – mana.

Voor Frans Polynesische foto’s klik hier