logboek

Totemetoten

Totemetoten

Terwijl we net weer een beetje gewend zijn aan mensen om ons heen, vertrekken we naar de stilste plek in de Pacific, de Tuamotuatollen. Lang geleden ontstaan door onderwater vulkanen, waarvan alleen de motu’s (de bovenste smalle randen) nog boven het water uitsteken. Een cirkel met een omtrek van bv. 30 mijl, waarvan alleen de randen nog 2 meter boven de zeespiegel uitsteken. De rest is Stille oceaan. Waar ze duimen dat die zeespiegel niet verder zal stijgen…

Om naar binnen te kunnen varen, is er vaak maar 1 doorgang. En daar stroomt het. Stevig. Net als op de wadden eilanden. Bij laag water stroomt de ”vulkaan” via die doorgang leeg, naar buiten. Daar komen we met de boot dan niet tegen in. Bij hoog water stroomt de vulkaan weer vol, maar dan stroomt het te hard naar binnen om controle te houden. Dus precies het moment daar tussen, varen we naar binnen. En dan zijn de stand van de maan en de wind ook nog van invloed. Goed uitkijken dus. De afgelopen maand zijn drie boten op riffen gelopen, 1 daarvan is vergaan… Maar het is zo mooi daar, dat willen we zelf zien.

Onderweg naar de atollen houden we contact met andere schepen om ervaringen uit te wisselen. Te weten wanneer en waar het hoog en laag water is, en wanneer een doorgang al dan niet goed te doen is.
”Sinta Nella, Sinta Nella – do you copy?” kraakt het door de marifoon. Maar ook met ”Ninja Yellow” of ”Tanga-Neli” worden we opgeroepen. Dat is het nadeel van een moeilijke bootnaam. Alleen een enkeling roept ons correct aan met ”Tignanello” en herkent onze naam als die prachtige Italiaanse wijn. Inmiddels geven we trouwens antwoord op alles wat op ”-nello” eindigt, wel zo makkelijk.

We wisselen onze gegevens uit over hoog en laag water in die Tuamotuatollen. Ook geen makkelijke naam overigens, aan boord hebben we het daarom maar over de Totemetoten. De diverse atollen zelf heten ook moeilijk. Kauehi noemen we daarom maar ”Kannie”, en Matureivavoa wordt ”Mata”. Fakarava is eigenlijk het makkelijkst, Raroia gaat door het leven als Kontiki – daar waar het wetenschappelijk overstekende vlot strandde in de jaren 50. Ook de namen van de doorgangen zijn lastig. Bij ”Kannie” heet die Arikitamiro, bij Fakarava ”Tumakohua”. Door een krakende marifoon of via de korte golf radio, ontstaan daarom wel eens wat misverstanden.

Maar we zijn er zonder kleerscheuren vanaf gekomen, zagen talloze (baby-) haaien, manta-rays, en koffervissen onder de boot. En schildpadden. We genoten van de stilte, maar hebben ook weer zin in wat meer bewoonde wereld. We gaan weer op weg, richting Tahiti en Bora bora. En danken onze Totemetoten voor een mooie tijd. Next stop het Parijs van de Pacific: Papaete.

Voor Frans Polynesische foto’s klik hier