logboek

Trinidad liming

Trinidad liming

We lopen wat achter met het schrijven in ons logboek, daarom deze week nog een bericht! Vanuit Trinidad dit keer. In Trinidad zijn goede faciliteiten om aan de boot te werken. We doen het onderwaterschip opnieuw, servicen de ankerlier, en doen (gebruikelijk) onderhoud. In Chaguaramas gaan we de kraan in, de kant op en zoeken de juiste locals om de klussen te klaren. We willen ook de mast er af halen en controleren, het roer repareren, en als toetje besluiten we een watermaker te installeren. Werk aan de winkel.

Iedereen spreekt Engels in Trinidad, maar we verstaan ze niet (allemaal). Waar het in Suriname voornamelijk langzaam ging, hebben veel Trini’s de gewoonte heel snel te praten, en lettergrepen in te slikken. Het stopwoord ‘’all right’’, uitgesproken als ‘’rwight’, volgt aan het einde van iedere zin. Dus vragen we regelmatig of het allemaal iets langzamer mag, rwight?!

Dat klinkt verstandig, maar de klussen lijken (daardoor?) ook langzamer te gaan. En we moeten er continu bij blijven, en alles controleren wat ze doen. Het duurt even, maar dan heb je wel wat, hopen we. Rond negen uur in de ochtend wordt begonnen, met even zitten in de schaduw onder de boot. Het is warm hier, dat klopt. Dan rond half twaalf begint de lunch. Vanaf half twee is iedereen weer terug. Om eerst weer even te gaan zitten, jawel, onder boot. En dan om vier uur, zit de dag er al weer op. Time to lime. Geen wonder dat het allemaal niet zo vlot gaat… Aan het eind van de dag en in het weekend wordt overal ‘’gelimed’’. Wanneer de temperaturen wat zakken en de zon onder is, gaat iedereen met een drankje de straat op. Wat eten van een kraampje op de hoek. En de muziek buiten lekker hard aan…

Maar het zijn aardige gasten. Nadat we ze een paar keer hebben voorzien van een koud blikje cola, wordt er daarna regelmatig aangeklopt: ‘’Cappy (Trini-Engels voor kapitein), I want my drink now?!’’.
Totdat het op is, zeggen we dan maar. De grootste jongen, breed en stevig, heet ‘’Small’’. Die gast met die grote lip: ‘’Lipp’’. Waarom ‘’Madman’’ zo heet is ons niet duidelijk, en dat willen we eigenlijk ook niet weten. De jongen die de halve dag op gras kauwt heet, inderdaad, ‘’Cow’’.

Omdat het werk langer duurt dan gepland, trekken we er op uit. We verkennen Trinidad met de auto of met de maxi taxi, het lokale openbaar vervoer. We zien vele grote schildpadden, ze leggen eieren op het strand aan de Noordkust. En we verkennen de Oostkust waar watermeloenen en cacao wordt verbouwd. De verschillen op het eiland zijn groot, bergen en vlaktes, rijk en arm, overal bloedheet. En het is nog maar voorjaar. We eten op straat, zoals hier gebruikelijk. Heerlijke ‘’doubles’’ (pannekoekjes met chicken peas en hete peper) voor het ontbijt. En koeiehielensoep (echt waar), of ‘’hot goat roti’’ voor de lunch.

We krijgen ook verdrietig bericht. Een kennis uit Nederland, die we in Paramaribo ontmoetten en daar woont, overlijdt daar op 47-jarige leeftijd. Dat maakt indruk. Wij zijn ongeveer net zo oud, realiseren we ons. We leven mee met de familie en vrienden.
Wat zijn wij dankbaar, dat wij nu kunnen doen wat we doen; zeilen en reizen in prachtige gebieden.

Als op een maandag ‘’onze’’ jongens weer aan het werk zijn, valt een van hen in de kajuit in slaap, op onze bank. Die heeft blijkbaar wat te veel gelimed in het weekend, zullen we maar zeggen. Na een uurtje, wekken we hem en wordt er doorgewerkt alsof het de normaalste zaak van de wereld is. En wie weet, hoort dat misschien hier ook wel zo.

Inmiddels liggen wij weer in het water, en maken we plannen voor de volgende bestemmingen. Want zo hoort dat bij ons dan weer. Voor nieuwe foto’s, klik bij de Foto’s op Trinidad & Tobago.